In gesprek met enkele leden van de Regionale Zorgbreedte Commissie Ede

De leerkracht als spil van de zorgbreedte

‘De leerkracht als spil van de zorgbreedte’ werd twee jaar geleden gebruikt als aansprekend motto voor een WSNS-marktdag in Veenendaal. Het was de aftrap voor de uitvoering van een nieuw Zorgplan. Wat is de achterliggende gedachte bij dit motto? Wat heeft de leerkracht nodig om de spilfunctie goed te kunnen uitoefenen? Wat probeert de Regionale Zorgbreedtecommissie (RZC) te doen om de inhoud van het motto praktische gestalte te geven? Het zijn enkele van de vragen die we stelden aan de RZC-leden Gert Geneugelijk, Guus Knapen, Jannet Muilwijk, Bert Ordelman, Gert van Roekel en Gerrit Wassink.

Tekst: D.D. (Dick) Both

Talent-medewerker en WSNS-coördinator Bert Ordelman meent dat in dit motto de kern van de leerlingenzorg is samengevat: ‘In de klas moet het gebeuren! Hier ligt de basis voor de leerlingenzorg!’ De andere RZC-leden beamen dit volledig. RZC-voorzitter Guus Knapen, locatiedirecteur van de Ds. J. Fraanjeschool te Barneveld vult aan: ‘Goed onderwijs begint in de klas, vandaar de nadruk op bevordering van het versterken van het leerkrachthandelen.’

Toch ziet Gerrit Wassink, basisschooldirecteur te Bennekom, in de scholen een ontwikkeling die dit uitgangspunt in gevaar kan brengen. ‘Ik heb gemerkt dat door de opkomst van Remedial Teaching, Interne Begeleiding en Ambulante Begeleiding een ontwikkeling gaande is waarin de leerkracht de zorg als het ware ontnomen wordt en de vaardigheden van de leerkracht afnemen.’
Knapen: ‘Daarom is het belangrijk dat benadrukt wordt dat de interne begeleider en remedial teachers samen er zijn om de leerkracht te steunen. Niet om ze werk uit handen te nemen of iets dergelijks, maar om in samenwerking met de leerkracht de leerlingenzorg te organiseren en uit te voeren. De verantwoordelijkheid voor de kinderen blijft bij de leerkracht.’ Jannet Muilwijk, IB’er van de Ds. J. Fraanjeschool, vult aan: ‘Vandaar dat het van belang is dat de IB’er zich als coach en begeleider opstelt. Een goede coach stelt zijn vragen zo dat de leerkracht zelf met oplossingen komt en daardoor zijn eigen vaardigheden kan uitbreiden.’

Tegenbeweging
De RZC van het samenwerkingsverband Ede wil een ontwikkeling waarbij de IB’er de leerkracht van zijn of haar plaats verdringt graag tegengaan. Talent-medewerker Gert van Roekel: ‘De IB’er moet coachend optreden naar de leerkrachten. Het mag niet zo zijn dat leerkrachten de zorg voor leerlingen uitbesteden aan de Interne Begeleider of de remedial teacher.’  Bert: ‘De leerkracht blijft verantwoordelijk. Daarnaast moet dat wat de rt’er doet direct aansluiten op wat de leerkracht in de klas doet.’
Op de school voor speciaal Basisonderwijs te Ede is de leerkracht de spil waar de zorgbreedte om draait. Gert Geneugelijk, locatieleider sbo-mlk van de Ds. D.A. Detmarschool: 'Rt'ers hebben we op onze school niet. De IB'er coacht. Dankzij meer handen in de klas wordt daar vooral door de leerkracht en onderwijsassistentes gewerkt met de leerlingen.'

Vaardigheden
Als de leerkracht de spil moet zijn waar de zorgbreedte om draait, dan vraagt dit het nodige van de leerkrachten. Bert Ordelman: ‘Ik meen dat – grosso modo – de gemiddelde leerkracht op onze scholen beschikt over voldoende vaardigheden om de kwaliteit van de zorgbreedte te waarborgen.’ ‘En’, zo meent Jannet Muilwijk, ‘de leerkrachten staan open om de nodige vaardigheden te ontwikkelen.’
Welke vaardigheden moeten de leerkrachten bezitten om hun werk goed te kunnen doen? De RZC-leden sommen op: ‘Lesgeven volgens het model Directe Instructie, oog hebben voor het individuele kind, vakkundig zijn, een goed pedagogisch klimaat kunnen creëren, leerlingen kunnen activeren, gericht zijn op samenwerking, het ontvangen van signalen van kinderen en daarop adequaat kunnen reageren en handelen.’

Initiatief
‘Leerkrachten mogen vaker het initiatief nemen,’ meent Gerrit Wassink. ‘Wat ik weinig zie, is dat de leerkracht de initiator is. Meer samenspel tussen de leerkracht en de rt’er is gewenst, waarbij de IB’er en de rt’er tips aanreiken.’ Guus Knapen: ‘Op enkele scholen in ons samenwerkingsverband heeft men hier een goede modus voor gevonden. Bijvoorbeeld door de evaluatie van de handelingsplannen goed te regelen.’ Jannet Muilwijk: ‘De consultatieve gesprekken kunnen hierin een positieve rol spelen. Als je de leerkrachten leert consultatief te denken, nemen ze veel eerder initiatief. Hiervan zijn mooie voorbeelden te vinden binnen de scholen in ons samenwerkingsverband.’
In het motto wordt gesproken over een spil. Gert Geneugelijk: ‘De spil is van groot belang. Om  die spil draait veel. Voelt de leerkracht zich inderdaad de spil? Beseft de leerkracht dat er zonder een spil waar alles om draait niets is?’
Gerrit Wassink: De vraag is ook welke condities je als schoolleiding creëert. Als je bijvoorbeeld de mogelijkheid biedt dat ouders op een contactavond met de rt’er spreken in plaats van met de leerkracht, doe je denk ik iets fout.’ Guus Knapen vult aan: ‘Dan neemt de remedial teacher de verantwoordelijkheid daadwerkelijk over van de leerkracht. In bijzondere gevallen kan het echter wel handig zijn als de remedial teacher aanwezig is bij een evaluatie met ouders vanwege de speciale expertise en ervaringen die opgedaan zijn in de begeleiding met van het kind.’

SVIB
Bert Ordelman: ‘Als samenwerkingsverband Ede hebben we enerzijds gekozen voor het uitbouwen van de leerkrachtvaardigheden en anderzijds voor het verdiepen daarvan. Een goed voorbeeld is het aanbieden van een School Video Interactie Begeleiding – training voor scholen in het samenwerkingsverband.’
Jannet Muilwijk heeft de ervaring dat de leerkrachten SVIB ervaren als een instrument ‘waar je veel van kunt leren en de collega’s staan er ook open voor. Ze waarderen het ook als de interactie tussen leerkracht en leerling dankzij SVIB beter wordt. Het mooie is dat je daadwerkelijk veranderingen in de groep kunt zien.’  Knapen heeft een leerkracht eens horen zeggen: ‘SVIB doet wonderen, je verandert er echt van in positieve zin!’

Samen
Naast de leerkracht speelt de IB’er een belangrijke rol in het kader van de zorg voor de leerlingen binnen de school. Gerrit Wassink: ‘De IB’er moet in staat zijn te fungeren als sparring partner. Hij moet de leerkracht uit de dagelijkse beslommeringen helpen tillen en samen op zoek gaan naar wat de echte problemen zijn’. Jannet Muilwijk beaamt dit: ‘Samen moet je naar het kind kijken, samen moet je oplossingen bedenken, samen sta je ervoor!’
De RZC-leden betreuren het dat sprake is van een snelle doorstroming van IB’ers. Ook is moeilijk om IB’ers te vinden die er echt voor gaan. Jannet Muilwijk begrijpt wel waarom: ‘Het is heel intensief werk. Je raakt nooit uitgewerkt.’ Guus Knapen: ‘Tegelijk is het ook heel mooi en dankbaar werk. Is het niet het mooiste baantje van de school!?’

Rol RZC
Wat doet de RZC om leerkrachten en scholen uit het WSNS-samenwerkingsverband Ede toe te rusten? Gert van Roekel: ‘We zetten zorgbreedte-thema’s op de agenda van bijeenkomsten en marktdagen.’ Bert Ordelman: ‘We faciliteren scholen bij de ontwikkeling van de nodige vaardigheden, bijvoorbeeld door een aantal cursussen te bekostigen.’
‘Een andere taak van de RZC is na te gaan wat er leeft in de scholen’, geeft Gert Geneugelijk aan. ‘De indruk is dat de inhoud van het motto door de meeste scholen wordt onderschreven.’ Bert Ordelman vult aan: ‘De tweejaarlijkse marktdag wordt goed bezocht en ook gewaardeerd. We denken dat het programma gericht is op het versterken van het primaire proces.’ Knapen merkt op dat zo’n marktdag natuurlijk wel een vervolg moet krijgen. ‘Anders blijft het in de lucht hangen en heeft het te weinig effect.’

Cultuurverschillen
De RZC-leden zien cultuurverschillen op het gebied van de leerlingenzorg tussen scholen in het samenwerkingsverband. Guus Knapen: ‘Er zijn nog scholen die sterk medisch denken als het gaat om leerlingenzorg. Tegelijk zijn er ook scholen die alle leerlingen – koste wat het kost – op school willen houden. Het is jammer dat het consultatieve denken nog weinig van de grond komt.’ Bert Ordelman beaamt dit: ‘Te veel scholen menen dat een psychologisch onderzoek de oplossing van een probleem is, zonder dat ze consultatief hebben gewerkt. En als je consultatief werkt binnen je school is het van belang op je hoede te zijn voor blinde vlekken. Daarom is het belangrijk samen te werken met bijvoorbeeld de schoolbegeleidingsdienst.’

Zwols model
Binnen het samenwerkingsverband Ede is recent het ‘Zwols model’ gepresenteerd. Een integrale benadering van een aantal leerkrachtvaardigheden. Wat kan dit ‘Zwols model’ betekenen voor de leerkracht als spil van de zorgbreedte? Bert Ordelman: ‘Het ‘Zwols model’ vat op een goede manier een aantal kernvaardigheden zoals effectieve instructie, zelfstandig werken, differentiatie en activerend leren samen.’ Guus Knapen: ‘Veel van deze zaken worden al toegepast in de scholen. Alleen nog niet altijd integraal en planmatig. Het ‘Zwols model’ biedt scholen de mogelijkheid er een samenhangend geheel van de maken.’
De RZC-leden zijn het erover eens: ‘De leerkrachten doen al heel veel! Alles wat vanuit de RZC en WSNS gedaan wordt, dient niet ter verzwaring van de werkdruk van de leerkrachten, maar is om hen structuur te bieden, hun taak de verlichten en hen in staat te stellen spil van de zorgbreedte te doen zijn.’