‘Thuisonderwijs is heel efficiënt. Je ziet precies wat een kind nodig heeft”

Maatwerk aan huis

Thuisonderwijs is de ultieme vorm van onderwijsvrijheid, daarvan is hij overtuigd. En in Nederland is te veel koudwatervrees als het over het thuis onderwijzen van kinderen gaat. Tonnie Nijenhuis, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Thuisonderwijs, over lesmethoden, sociale vaardigheden en de politiek. ‘Ouders zetten soms hun eigen carričre ervoor opzij.’

Tekst: G.P. (Gijsbert) Vonk

Nijenhuis heeft een achtergrond in de vakbondswereld, maar komt niet bepaald over als een activist.  Hij spreekt rustig en afgewogen. ‘In Nederland zijn er 200 gezinnen die thuisonderwijs geven. Meestal vanwege levensovertuiging, zowel religieus als niet-religieus. Het zijn altijd kleine groepen geweest, ook in landen waar het gewoon vrij is. De vrees van de politiek dat ouders massaal zullen kiezen voor thuisonderwijs blijkt dus niet terecht.’

Kun je in Nederland zomaar je kinderen thuis houden en zelf onderwijs gaan geven?
‘Het kan soms eenvoudig. Je moet zogenaamde richtingbezwaren hebben. Je stelt de leerplichtambtenaar van je woonplaats in kennis dat je thuisonderwijs gaat geven. Als voorwaarde geldt dat er geen school van jouw levensovertuiging in de nabije omgeving beschikbaar is. Helaas gaat dit niet in elke gemeente zo makkelijk. Soms wordt er een proces verbaal opgemaakt op grond van het vermoeden dat er iets aan de hand is met het gezin. Er komt een onderzoek van de raad van de kinderbescherming, en uiteindelijk komt het bij de rechter. Helaas blijkt dit vaak op vooroordelen te berusten. De kans dat je als gemeente te maken krijgt met thuisonderwijs is klein, dus ambtenaren tonen vaak weinig begrip voor de afwegingen. Ouders worden door deze gang van zaken geďntimideerd. Er zijn maar weinig ouders die deze zware procedures aan durven, dus de groep blijft automatisch klein.’

Hoe voorkom je geslotenheid in een gezin waar thuisonderwijs wordt gegeven?
‘De term thuisonderwijs is misleidend. Dat suggereert inderdaad geslotenheid die er niet is. Er  zijn veel onderlinge netwerken, digitaal wordt er veel uitgewisseld. Er zijn talloze uitstapjes, ook dwars door alle levensovertuigingen heen. Het idee dat je buiten de pluriforme samenleving opgroeit is ook niet juist. In Nederland wonen we op een kluitje, dus je kunt bijna niet afgesloten leven. Als vereniging ondersteunen wij de ouders in hun uitwisseling. We beantwoorden vragen van ouders en brengen hen met elkaar in contact. Dat zorgt ervoor dat de kwaliteit geborgd is. Het Kohnstamminstituut heeft onderzoek gedaan naar de kwaliteit van thuisonderwijs en zij zijn erg positief. Het is kwalitatief op orde.’

Bij thuisonderwijs zou de sociale ontwikkeling van kinderen onder druk staan. In regulier onderwijs komt dit beter tot zijn recht. Wat zegt u daarop?
Nijenhuis veert op: ‘Thuisonderwijs scoort heel goed op sociale vaardigheden. Er is onderzoek gedaan naar twee groepen leerlingen. De eerste groep volgde thuisonderwijs, de tweede regulier.  In een filmpje werden die groepen getoond terwijl ze bepaalde sociale activiteiten verrichtten. Aan een derde groep werd gevraagd te beoordelen welke van de twee groepen leerlingen socialer gedrag vertoonde, zonder dat ze natuurlijk wisten van het verschil tussen de beide groepen. De leerlingen van het thuisonderwijs bleken betere sociale vaardigheden te bezitten.
Ouders die hun kinderen zelf onderwijzen zijn erg alert op de sociaal-emotionele ontwikkeling. Ze zorgen dat er gelegenheden zijn waar hun kinderen anderen ontmoeten. Dat kan zijn in de buurt, bij familie, op de sportclub en op verenigingen. Ook zijn er contacten met andere thuisonderwijs-gezinnen. School wordt door de tegenstanders van thuisonderwijs opgehemeld, alsof het daar altijd zo geweldig is. Maar denk alleen maar aan het enorme probleem van pesten.’

Is thuisonderwijs alleen iets van hoogopgeleide ouders? Zij zijn immers alleen in staat hun kinderen te onderwijzen?
Nijenhuis is het hier niet mee eens. ‘Laagopgeleiden kunnen dit ook. Ouders groeien hierin en zijn erg gemotiveerd. Er zit meer leerpotentieel in ieder mens dan wij denken. Je kunt als ouder veel uitwisselen en elkaar helpen, bijvoorbeeld via Skype. Internet helpt hierin enorm. Er is veel informatie en onderwijsmateriaal beschikbaar. Er is afstandsonderwijs, je kunt hele pakketten inkopen, specifiek van vakken waar je niet zo goed in bent.
Van ons hoeven ouders geen diploma’s te hebben. In de praktijk zie je dat een aantal  ouders wel een onderwijsbevoegdheid gaan halen, of remedial teaching.’

Vorig jaar was Nijenhuis op een hoorzitting van de Tweede Kamer waar Kamerleden hem aan de tand voelden over het thuisonderwijs. Sommige fracties willen het thuisonderwijs afschaffen. Een compromis lijkt te zijn dat de onderwijsinspectie ook het thuisonderwijs gaat bezoeken. Een goede ontwikkeling?
‘Als men niet weet hoe het eraan toe gaat in thuisonderwijs gaat de politiek om toezicht roepen. Er zijn geen problemen in het thuisonderwijs bekend. We staan open voor toezicht als het op een goede en verstandige manier gaat gebeuren. Vanuit artikel 23 heeft de overheid de taak om toe te zien op het onderwijs. Dus het is niet vreemd dat men dat wil. Inspecteurs die langs willen komen moeten wel kennis van zaken hebben en zich eerst verdiepen in hoe wij dit aanpakken. Thuisonderwijs is anders dan schoolonderwijs. Er zijn Kamerleden op bezoek geweest bij thuisonderwijs-gezinnen. Die waren enthousiast.

Kunt u dan toets resultaten laten zien?
‘Sommige gezinnen toetsen wel, anderen niet.  Ouders houden veelal precies bij wat hun kinderen doen. In hele dikke mappen zijn exact de vorderingen te volgen. Thuisonderwijs is het toppunt van adaptief onderwijs. Er wordt maatwerk geleverd en is daarom heel efficiënt. Klassieke toetsen zijn nauwelijks nodig want je ziet precies wat je kind nodig heeft. Met het ene vak kun je sneller gaan dan met het andere, zelfs over leerjaren heen.’
Dan na een korte stilte. ‘Maar ik moet eerlijk zijn. Veel ouders uit mijn achterban zijn nog niet toe aan inspectiebezoek. De overheid in huis, dat vindt men niet prettig. Er is angst voor waar de inspecteur op gaat letten. Hij ziet ook andere dingen thuis en wil je dat? Het komt wel heel dichtbij. Het is belangrijk dat het echt over het onderwijs zelf gaat en dat ouders op hun eigen manier zelf kunnen laten zien hoe ze hun kinderen onderwijzen en dat ze het goed doen.’

Ouders kunnen vorderingen toch manipuleren?
‘Dat gaat uit van wantrouwen. Dat zeg je toch ook niet tegen leerkrachten! Ouders willen hun kinderen een goede toekomst bieden en zetten er alles voor aan de kant, soms zelfs hun eigen carričre. De ontwikkeling van hun kind staat centraal. Dus voor manipulatie hoef je niet bang te zijn. Daarnaast zien we dat de kinderen, via een staatsexamen of een toelatingsexamen, prima doorstromen naar MBO of HBO.’

Verbetert het imago van thuisonderwijs door alle publiciteit?

 ‘In de Tweede Kamer had ik de indruk dat er veel sympathie was voor mijn standpunten. Gelukkig kwamen er veel vragen. Ook zijn er op TV en radio reportages verschenen die welwillend over thuisonderwijs berichtten. Het onderwijs zelf zal nooit heel groot worden. Het is voor een kleine principiële groep van ouders. Wel zie ik toekomst voor meer  flexischolen. Dat is deels thuisonderwijs en deels regulier onderwijs.  Maar de vraag is of de maatschappij en de politiek deze ruimte gaan  bieden. Ons geluid wordt wel beter gehoord, ook in de Tweede Kamer. En wetenschappers zijn positief over thuisonderwijs. Dus we blijven optimistisch.’