Terug naar de homepage Zoeken Naar de contactpagina Druk deze pagina af
   
Vacatures op uw school toevoegen

Spelen in een virtuele wereld

‘Spelletjes-websites zijn niet geschikt voor jonge kinderen’ kopte de website van Mijn Kind Online bij de aankondiging van het rapport ‘Next Level’. Mijn Kind Online moedigt ouders aan om met hun kinderen te praten over hun ervaringen op spelletjeswebsites en te voorkomen dat ze spelletjes spelen met grof geweld. Ze onderbouwen hun standpunt vanuit de ontwikkelingspsychologie en interviews met jonge kinderen. De kinderen beschreven daarin wat ze eng of raar vonden en van welke beelden en geluiden ze schrokken. Niet alleen het spel en het spelen, maar ook de effecten van het spelen worden in het rapport besproken.

Mijn kind Online stelt een norm. Zo ook de stichting Mediawijzer, al gaan ze een spa dieper. Deze stichting, een platform voor genormeerd mediagebruik, baseert zich voor het bepalen van de norm op Gods Woord. Van hen verscheen de brochure “Spelen in een virtuele wereld” waarmee men jongeren en ouders en andere opvoeders een helpende hand wil bieden bij het gebruik van ICT en moderne media.

Het is opnieuw – er verschenen meer brochures - een waardevolle bijdrage, omdat voor veel volwassenen het spelen in een virtuele wereld onbekend, onbemind en onbegrijpelijk is. Hoe kun je in gesprek komen met jongeren waarvoor dit (meer) bekend en aantrekkelijk is? Jongeren hebben er immers recht op opgevoed te worden. In het hoofdstuk ‘De vinger aan de pols’ wordt het gesprek vanuit een open en belangstellende houding gestimuleerd. Er worden voorbeelden gegeven van het stellen van activerende denkvragen (‘Wanneer vind jij de sfeer zo akelig dat je gaat stoppen?’) en het voorhouden van morele dilemma’s (‘Kan hij God danken voor het plezier dat hij in dit spel beleeft?’).

In de goed verzorgde brochure wordt informatie gegeven over virtuele werelden, spellen en hun kenmerken. Je mag verwachten dat er negatieve aspecten worden genoemd, maar gelukkig worden de positieve aspecten niet vergeten. Daardoor kan de informatie er toe leiden dat de opvoeder of de jongere – ook een doelgroep van de stichting - tot een eigen oordeel komt. Ik denk dat jongeren eerst willen horen dat de opvoeder weet waar hij het over heeft. Als negatieve aspecten worden ondermeer genoemd dat de maakbaarheidsgedachte kan doorslaan, of dat er een gevaar is dat de speler zich volledig terugtrekt in de fantasiewereld. Ook wordt er een koppeling gelegd tussen het spelen en de individualisering.

De onderwerpen geweld, tijdsbesteding (in eeuwigheidsperspectief), het risico van verslaving, de groepsdruk, het competitie-element en het altijd bereikbaar willen zijn komen aan bod. Er zit aan het spelen in een virtuele wereld een lastige, verslavende kant. Hyke van der Heijden was jarenlang game-ondernemer, hij vertelt in een uitzending van Zembla (januari 2008) dat er symposia werden georganiseerd over de vraag hoe ze een gamer meer verslaafd kunnen maken aan een spel. Terecht dus dat men deze onderwerpen behandelt.
 
Uitvoerig geven de schrijvers op allerlei onderwerpen hun – soms ook indringende – overwegingen. Dat is zeker een kwaliteit van de brochure. Maar, zo nu en dan worden er te gemakkelijk verbanden gelegd of conclusies getrokken. Ik wil hiervan twee voorbeelden geven.

  • “De mens heeft sinds de zondeval de natuurlijke neiging als God te willen zijn, alles in eigen hand te willen hebben. Simulatiespellen als The Sims spelen in op die behoefte.”
  • “De virtuele wereld en de gespeelde wereld vertroebelen het zicht op deze werkelijkheid (de werkelijkheid van de twee eindbestemmingen van de mens, MV).”

Voor een speler hoeft een simulatiespel immers niet deze betekenis te hebben en in de communicatie met jongeren houden deze algemeen geformuleerde argumenten tégen het spelen geen stand.

Uit het hoofdstuk ‘Toetsen aan Gods Woord’  willen we een mooie stelregel doorgeven: ‘Alledaagse omgangsregels in het christelijke gezin zijn ontleend aan Bijbelse waarden. Op de computer of op internet zijn de ‘spelregels’ dezelfde als die in het gewone leven.’ Terecht duidt men de vragen die opgeroepen worden als moeilijke vragen. In de brochure geeft men een eerste aanzet richting een beantwoording. Maar de ethische vraagstukken van het spelen, verantwoorde (vrije) tijdsbesteding en vermaak vragen mijns inziens om verdergaande doordenking en uitwerking. Wanneer men schrijft over geweld in het spel, wordt verwezen naar de gezindheid van Christus en de levenshouding die Hij predikt. De kern wordt geraakt als men handelt over de intentie, de gezindheid van het eigen hart.

Geschreven door M.M. (Michel) Vaders


Afkomstig uit: DRS 2010 - 1